Posted on

Laatste aflevering Bajesverhalen op www.bajesverhalen.nl!!

img_1669

Veenhuizen Boeit, Bloeit en blijft Boeien

Tot nu toe konden jullie op de site www.bajesverhalen.nl steeds een nieuw Bajesverhaal van mij verwachten rond de 25e van elke maand.
Die waren alvast vooruitlopend op mijn nieuwe boek: “De Geheimen van BajesDorp” (Veenhuizen 1818-2018).
Het boek (met ca.350 pagina’s en 150 boeiende verhalen) nadert nu zijn voltooiing. Daar ben ik nog wel even druk mee en daarom stop ik nu met de maandelijkse verhalen op de site.
Nog een specifiek ontsnappingsverhaal (“Vlucht in de Mist”) hebben jullie van mij tegoed. Kijk op www. bajesverhalen.nl.
Je kunt me helpen, mijn nieuwe boek zo snel mogelijk uit te brengen door een reactie te geven op de site of via Facebook en te delen.
Alvast dank voor je interesse en tot over een aantal maanden, als “De Geheimen van BajesDorp” in boekvorm uitkomt in de boekhandel en de cover op de site www.bajesverhalen.nl verschijnt.

Vriendelijke groet
Clemens van den Brink

Posted on

Vlucht in de Mist

eurocopter-ec-135_2214519b-jpg

Het was in de jaren ’50, dat op een nacht de zware crimineel T.M. uitgebroken was in Veenhuizen. M. had voor wapenhandel nog een jaar of acht tegoed in de bajes. Na het avondeten was hij niet in de slaapzaal verschenen en de bewaking miste hem, toen ze de 80 gevangenen in hun kooien wilden insluiten voor de nacht.
Daarvan uitgaande kon de vluchteling op dat moment een voorsprong hebben van zo’n anderhalf uur. Dat betekende ook, dat hij nog in een straal van 10 tot 12 kilometer van de gevangenis zou moeten zijn.
Er werd alarm afgegeven en brigadier Luggers, die verantwoordelijk was voor het uitzetten van de wachtposten, stond onmiddellijk paraat al het mogelijke te doen om de deserteur zo snel mogelijk weer in te rekenen. Hij kende als geen ander de vluchtwegen die de gedetineerden in het algemeen kozen, dus riep hij de wachtposten (GeWa’s) op en vertelde ze, waar ze de wacht moesten houden. Zelf ging hij ook mee op zoektocht.

Het was donker en tamelijk mistig die nacht. Toch had een wachtpost in een oogwenk gezien dat er achter de ‘Tien Geboden’ (rij van 10 woningen) iemand het korenveld in vluchtte.
Hij rapporteerde dat en iedereen begaf zich in de richting van het korenveld. Luggers gaf opdracht het geheel te omsingelen, maar er was van M. geen spoor te vinden. Om het hele korenveld daarvoor om te spitten vond hij ook een beetje overdreven en zei tegen een hogere collega uit de grap: „We mogen er wel een heli bij halen, anders vinden we hem nooit hier.”
„Jij zegt het en ik doe het, was zijn antwoord,” en het duurde niet lang of een helikopter daalde met enorm geraas tot vlak boven het korenveld.
Door het lawaai van de heli kwamen er belangstellenden uit de buurt angstig hun bed uit om te kijken wat er aan de hand was.
Maar M. had het korenveld allang achter zich gelaten en vervolgde zijn tocht door het bos en de landerijen in de richting van Assen.
Even moest hij wegduiken om uit het zicht van de helikopter te blijven, maar toen die boven het korenveld bleef hangen, zette hij het op een lopen.
Bij een boerderij aan de overkant van de vaart in de richting van Huis ter Heide zag hij, dat er licht brandde.
Hij zwom het kanaal over en merkte dat er niemand thuis was. De boer was kennelijk nieuwsgierig en samen met zijn vrouw op het geluid van de heli afgekomen.
De achterdeur van de boerderij was niet op slot. Dat was een meevaller voor de deserteur. M. kon ongestoord zijn gang gaan en meenemen wat hij nodig had. Snel zocht hij op een slaapkamer uit een kast wat kleren die hem redelijk pasten, verkleedde zich en verdween door de achterdeur in het nachtelijk duister….

De boer en zijn vrouw kwamen ongeveer een uur daarna terug van hun ‘nachtelijk uitje’. Na nog wat nagepraat te hebben over de ontsnapping van de gevangene, maakten ze aanstalten om naar bed te gaan, want ze moesten de volgende morgen weer vroeg opstaan.
Tot op dat moment hadden ze niets gemerkt van het ongewenste bezoek. Maar toen de boer zijn bed in stapte, merkte hij dat hij in een plas water stond. Dat kwam onder zijn bed vandaan. Totaal verbaasd zag hij, dat daar de oorzaak lag van zijn natte voeten; een pak kletsnatte gevangeniskleren.
De boer dacht even: ”Het zal toch niet die….” en trok de deur van de hangkast open. Daar zag hij tot zijn verbazing dat niet alleen een set ondergoed, maar ook zijn mooie overhemd, zijn zondagse pak, sokken en een paar nieuwe schoenen verdwenen waren. M. had zich keurig als ‘herenboer’ vermomd en was zonder verder sporen achter te laten, totaal in de mist opgegaan….

Posted on

Beste Lezers Bajesverhalen

pasfoto Clemens (1)

Beste lezers van Bajesverhalen

Wat was het een indrukwekkend spektakel in Veenhuizen! Tienduizenden hebben het ‘Pauperparadijs’ gezien. Meer weten?
In 1818 bestaat ‘BajesDorp’ Veenhuizen 200 jaar. Daar heeft zich heel wat afgespeeld in die tijd. Bewakers mochten er niet over praten en gevangenen vertelden nooit de waarheid.
Veel bajesverhalen bleven onder de pet…..
Ik ben daar in 1940 geboren en heb er al veel over geschreven.
Duizenden hebben mijn boek ‘Bajesverhalen Veenhuizen’ besteld, gelezen of gevolgd op www.bajesverhalen.nl.
In 2017 komt ‘De Geheimen van BajesDorp’ (Veenhuizen 1818-2018) uit. Dit wordt een aaneenschakeling van waar gebeurde verhalen en geschiedenis over die 200 jaar.
Een voorproefje vind je elke 25e van de maand op bovenstaande site.
Ditmaal ‘Relschoppers TT in Rode Pannen’. Veel leesplezier!

Clemens

Posted on

Relschoppers TT in ‘Rode Pannen’

Assen TT nacht 1969-4 Ged. Singel gem. politie Emmen in actie  foto G. Hut

Het was in de jaren ’50-‘60 van de vorige eeuw. Eind juni werd toen, net als nu, de TT race gehouden. Dat was ook toen al een groot evenement dat veel toeschouwers trok in Assen en omgeving. Daarbij werd de gevangenis in Veenhuizen geregeld gebruikt om relschoppers tijdens de TT tijdelijk op te sluiten.
Het gebeurde altijd de vrijdagnacht voor de TT-races. Vooral als het warm weer was, werd er veel gedronken en dat liep nogal eens uit op grote rellen en vechtpartijen in de binnenstad van Assen. Dan kwam de ME meestal vanuit Veenhuizen in actie om de orde te herstellen.
Zo liep het op een keer weer eens helemaal uit de hand tijdens een TT nacht.
De ME probeerde om de gevaarlijk oprukkende oproerkraaiers uiteen te drijven, maar dat lukte maar half totdat ze ten einde raad traangas inzette. Dat was het moment waarop ze grip kreeg op de situatie.
De relschoppers werden stuk voor stuk opgepakt, in de boeien geslagen, in een boevenbus gezet en naar Veenhuizen gebracht. Het waren er zoveel, dat ze in de bus aan hun stoel werden vastgebonden, omdat er te weinig handboeien waren.
Aangekomen in het cellencomplex ‘De Rode Pannen’ van Veenhuizen mochten ze daar eerst een nacht uitrazen.
Die nacht waren er zelfs in Veenhuizen te weinig cellen, dus nood brak wet. Daarom werden enkele raddraaiers met twee personen in een eenpersoonscel gezet.
Dat was voor sommigen wel een beetje ongemakkelijk, maar doorgaans hadden ze dat ook dik verdiend.
Achter in het cellencomplex was een luchtkooi. Daar werden ze de volgende dag eenmaal gelucht en daarna hup, met zijn allen de cel weer in.
Op zondagochtend mochten de meesten dan eerst naar huis, nadat ze waren voorgeleid aan de rechter-commissaris.
Die gaf ze een fikse boete en daar hadden de meesten geen rekening mee gehouden. Dat hadden ze liever al feestend uitgegeven aan een of andere kroeg in de stad.
Sommige arrestanten verzetten zich hevig tegen de behandeling.
Door gebrek aan cellen gebruikte de bewaking tijdens de TT nacht ook de grote stalen drie-manskooi, waar drie arrestanten tegelijk in onder konden worden gebracht. Deze was ongeveer drie maal zo groot als de gebruikelijke eenmanskooi, maar erg krap voor drie personen.
Dat pikten sommige arrestanten niet en ze protesteerden hevig. De bewakers werden uitgescholden en er werden verschillende verwensingen naar hun hoofden gesmeten.
Het werd zaterdag, de dag van de TT. Na een ongemakkelijke nacht met drie man in een kooi, zinden de oproerkraaiers op wraak! Maar ze moesten geheel tegen hun zin na het luchten nog de hele dag en een nacht doorbrengen in de Rode Pannen.
Op zondagmorgen zag een bewaker, dat er een flinke drol in een van de stalen driemans-kooien lag en natuurlijk had geen van drieën dat gedaan.
De bewaker bleef stoïcijns en zette een emmer water in de kooi, terwijl hij ze toebeet: “Zo, en nu ruimen jullie dat netjes op, anders blijf je mooi met zijn drieën de hele dag nog in deze kooi zitten. Ik haal jullie er niet uit, voordat die stinkende hoop stront is opgeruimd.”
Nog steeds protesteerden de relschoppers en niemand wilde in eerste instantie die drol opruimen. De een verrekte het voor de ander.
Alle overige relschoppers waren al lang ontslagen en op weg naar huis. Ook de rechter commissaris was al vertrokken.
De drie overgebleven arrestanten konden dus niet meer verhoord worden en zaten nog steeds opgesloten in de driemans-kooi.
Ze uitten de ene verwensing na de andere en dreigden de bewakers aan te klagen door ze te beschuldigen van vrijheidsberoving.
Zo ver kwam het echter niet, want ze zagen ten lange leste wel in, dat ze aan het kortste eind trokken.
De hoop stront werd uiteindelijk opgeruimd en de drie konden vertrekken.
Aan de Hoofdweg bij de bushalte werden de relschoppers gedumpt en ze moesten het verder lopend onderweg naar Assen maar uitzoeken.
Weg was hun weekend. Het was al zondagmiddag, ze waren platzak en de TT ging volledig aan hun neus voorbij……

Posted on

’Slikkers’ en ‘Zuigers’ in de Bajes

SFA008011604 (2)

Je houdt het niet voor mogelijk wat sommige gevangenen in BajesDorp Veenhuizen zichzelf aandeden in hun cel. Zelfmoordpogingen als gevolg van een depressie werden geregeld gemeld en ook zelfverminking.
Vaak was het een poging, een vraag om aandacht, maar het gebeurde ook dat iemand zelfmoord pleegde in zijn cel.
Het waarom was vaak moeilijk te achterhalen en de daad onvoorspelbaar.
Willem Kroes, die GeWa (gestichts-wachter) was in de jaren ’60, heeft meegemaakt dat gedetineerden de gekste dingen deden om in het Hospitaal of in het Ziekenhuis te belanden. Zo waren er gevangenen die een overdosis aan drugs of alcohol hadden ingenomen, maar er kwamen in het Hospitaal ook ‘Slikkers’ binnen. Dat waren degenen die b.v. lepels, vorken, messen, stukken balpen en zelfs scheermesjes slikten.
In de meeste gevallen kwamen die voorwerpen tot wel 15 cm spontaan langs de normale weg weer naar buiten, maar bij het inslikken van grote en vooral scherpe voorwerpen moest er geopereerd worden. Dan werden ze met spoed vervoerd naar Groningen, waar de chirurg eraan te pas moest komen.
Sommige gevangenen maakten er een sport van en moesten meerdere malen geopereerd worden. Dit psychotische gedrag was maar moeilijk te voorkomen, te stoppen of te behandelen, zelfs niet door een psychiater.
Slikkers moesten in de gevangenis voor straf op een veiligheidsbed slapen, maar daar was de bewaking erg voorzichtig mee. Het was belangrijk dat ze regelmatig in beweging bleven, omdat er gevaar voor trombose dreigde.
Ze moesten onder begeleiding geregeld van bed af komen, lopen en oefeningen doen. Maar ook dit weerhield de meesten niet van het slikken en zuigen van lepels, vorken, messen, naainaalden, spelden, stopnaalden, of wat maar binnen hun bereik was.
Het is moeilijk voor te stellen en misselijkmakend, maar na operatie trokken sommigen hun wonden weer open om opnieuw te worden opgenomen en verpleegd….

Een bekend probleemgeval was de gevangene Dries Krijnen. Hij had al meerdere keren voorwerpen ingeslikt en was al diverse keren succesvol geopereerd. Maar in plaats van te stoppen met dit ziekelijke gedrag, stelde hij elke keer weer zijn leven in de waagschaal door het slikken van andere materialen.
Terwijl hij in het Hospitaal nog herstellende was van een operatie, had hij al weer een scherp mes ingeslikt. Mede daardoor bleef hij meer dan een maand in observatie. Maar dat mocht niet baten. Dries pakte alles wat te behappen was en stak het in zijn mond.
Willem Kroes heeft als GeWa in Veenhuizen deze man gekend en vertelt: “Hij had zelfs Onze Lieve Heer van een houten kruis gevreten en ingeslikt. Daarna had hij zijn bewaker ook nog gedreigd met: „Als ik binnenkort die bos sleutels van je te pakken krijg, dan vreet ik die in een keer op!”
Dries had een groot plakkaat op zijn buik van alle operaties die hij had doorstaan.
Dat was een grote, chronisch ontstoken wond. Soms ‘zoog’ hij ook naalden. Die veroorzaakten inwendig allerlei ontstekingen, maar Dries was onverbeterlijk. Hij nam het allemaal op de koop toe. Uiteindelijk was hij niet meer te redden….

Een gedetineerde uit Groningen spande de kroon: die zoog zelfs 26 naalden in een keer. De paniek was groot en veroorzaakte veel onrust in de bajes, toen hij naar het Academisch Ziekenhuis werd vervoerd. De chirurg slaagde er echter niet in om hem succesvol te opereren. De man overleed kort na de operatie.
Wat de psychiaters en psychologen ook probeerden, de zuigers en slikkers waren niet tot reden te brengen en ook de motieven die ze hiervoor hadden, waren meestal niet duidelijk. Was het vragen om aandacht? Was het de ‘luxe’ verpleging in het hospitaal, die men verkoos boven het leven in de bajes en het werken op het land?
Na dit dodelijke incident keerde de rust even terug in BajesDorp Veenhuizen; tenminste wat dit soort acties betrof.
De bewaking deed van alles om te voorkomen, dat de slikkers voorwerpen meenamen, maar lepels en vorken werden onopgemerkt ingeslikt. Er was voor de bewakers geen beginnen aan om dit constant te controleren. Straffen met opsluiting in een isoleercel was geen optie, want dan was er kans dat de gevangene eraan zou overlijden.
Artsen en bewakers zaten ermee. De artsen moesten ze wel behandelen, maar de bewakers dachten wel eens: “Wat levert dit op? Hier is geen behandeling tegen opgewassen.”
Wat was wijsheid in zulke gevallen van zelfverminking. Het was vechten tegen de bierkaai.
Het was bijna niet te geloven wat er toen zoal in gevangenschap werd geslikt.
Om dat te laten zien, had een arts van de inrichting een grote glazen pot met voorwerpen bewaard die door gevangenen ingeslikt waren, inclusief een aantal dat door een chirurgische ingreep was verwijderd. Hij gaf over dit onderwerp af en toe een lezing aan studenten op de universiteit in Groningen.
Maar over de oorzaak en een effectieve therapie tast ook de wetenschap nog steeds in het duister…….