Posted on

Moordenaar Huwt in Rode Pannen

dirk-de-vries-gevaarkijkste-gedetineerde-van-nl

Crimineel Dirk de V. was begin jaren 70 van de vorige eeuw al een Amsterdamse plaag voor het Nederlandse gevangeniswezen. Een van zijn vroegere bewakers, Ch. de G. kende hem als zijn broekzak en vertelt me wat hij heeft meegemaakt met hem.
“Zijn vader bedreigde hem al met messen toen hij nog een kind was. Op een dag doorzeefde hij hem zelfs met vijf kogels, maar Dirk herstelde. De appel viel niet ver van de boom. Ook hij geraakte in het criminele circuit. Dirk werd in 1976 veroordeeld tot t.b.s. na doodslag. Hij werd een echte draaideur-crimineel die het later nog tot moordenaar zou schoppen. Er ging altijd een enorme dreiging van hem uit en hij werd zelfs de gevaarlijkste crimineel van Nederland genoemd. Groot, breed met diepliggende ogen en een laag voorhoofd was hij een schoolvoorbeeld van een ‘Lombroso’ type. Dat wil zeggen een type crimineel, dat je aan de uiterlijke aangeboren kenmerken kan herkennen. Dirk had een zekere reputatie. In elke bajes waar hij kwam steeg het ziektepercentage en liepen medegedetineerden met een grote boog om hem heen. Als Dirk je niet mocht, liep je kans op een pak rammel of, als je echt pech had, een mes tussen je ribben. In de bajes had hij een bijnaam: ‘Karate Dirk’ of ‘Karate Dicky’, als je close met hem was. Iemand had ooit bedacht dat Dirk de V. een karate-expert was, maar in werkelijkheid had zijn vechtlust niets met karate te maken. Dirk was een gemene, ordinaire en gevaarlijke straatvechter, niet meer niet minder. Waarschijnlijk had hij die bijnaam te danken aan een groot Japans teken dat op een van zijn imposante bovenarmen was getatoeëerd. Dirk was binnen en buiten de bajes een echte herrieschopper, maar ook laf. Zijn slachtoffers waren altijd zwakker dan hijzelf. Echte zware jongens hadden niets van hem te vrezen. Die liet hij met rust, maar oh wee, als hij wist dat hij de baas over iemand kon spelen. Dan had hij hem in zijn macht en dat liet hij weten ook!
Dirk zat nooit lang in dezelfde cel. Meestal zorgde hij binnen een paar dagen voor zoveel trammelant, dat hij strafoverplaatsing kreeg naar het Cellengebouw in Veenhuizen, de Rode Pannen. Daar mocht hij dan 14 dagen in afzondering met alleen een bed, tafel en stoel zijn zonden overdenken. Dirk had voor de bewaking geen enkel respect. Hij schold ze uit voor rotte vis en deelde af en toe rake klappen uit, als hem iets niet zinde. Maar hij had ontzag voor een man: Majoor Mulder van het Korps Gestichtswacht, alias ‘De Zwarte’. Ze waren elkaar al vaak tegengekomen en Dirk wist, dat als het erop aan kwam, hij het afleggen moest tegen de majoor, die beresterk en voor de duvel niet bang was.
Dirk koos eieren voor zijn geld en behandelde majoor Mulder altijd met respect. De Zwarte, die het bevel had over het Cellengebouw, vond het prachtig, speelde het spelletje mee en begroette Dirk als een verloren zoon als die weer eens in de Rode Pannen werd geplaatst…….
Op een dag was het weer zover, Dirk de V. moest wegens wangedrag weer veertien dagen brommen in het Cellengebouw de Rode Pannen. Maar er was een groot probleem. Dirk zou gaan trouwen en dat moest in de bajes, want daarbuiten was niet toegestaan. De directie van Esserheem, waar het Cellengebouw formeel onder viel, besloot om de trouwerij dan maar in de Rode Pannen te laten plaatsvinden. Majoor Mulder kreeg de opdracht om de boel te gaan regelen. Dit vond De Zwarte wel een leuke missie. De ambtenaar van de burgerlijke stand, bruid en getuigen werden opgeroepen zich op een bepaalde datum aan de Oude Gracht in Veenhuizen te melden. Op de trouwdag vond majoor Mulder dat er ook een officiële trouwfoto van het bruidspaar moest worden gemaakt. Dus belde de Majoor een GeWa van wie hij wist dat het een goede amateurfotograaf was. “Direct hiernaartoe komen, Sjon, en neem je fototoestel mee,” was zijn bevel. De foto moest in een cel worden genomen, maar dit vond de majoor nogal kaal en kil. Dus liet hij door de bemanning van de surveillance-bus een stuk of wat coniferen ophalen van de kwekerij van Veenhuizen. De coniferen werden tegen de achterwand van de cel gezet en zo kon er na de plechtigheid een mooie foto van het bruidspaar worden gemaakt.
Voor aanvang van de plechtigheid was er nog een probleem. Iedereen was aanwezig, maar er was geen getuige. Die vond de reis naar Veenhuizen kennelijk te ver en liet het, zonder iets van zich te laten horen, afweten. Dirk begon eerst hartgrondig te vloeken en te tieren, maar kwam tenslotte zelf met een oplossing. Of de Majoor zijn getuige wilde zijn? Nou, dat vond de Zwarte wel een uitdaging. En zo werd het huwelijk toch nog gesloten. Hoe lang deze verbintenis heeft stand gehouden is niet bekend. Wel bekend is dat Dirk zich niet bepaald als een voorbeeldige echtgenoot gedroeg. Hij zat meer in de bajes dan dat hij buiten liep. Jaren gevangenisstraf en t.b.s.-behandelingen hielpen niets. Op 16 oktober 1999 was het weer raak. Hij vermoordde de 27 jarige Tjirk van Wijk uit Groningen met tientallen messteken. Kort daarvoor was hij vrijgelaten, omdat geen TBS -kliniek hem wilde opnemen en behandelen.
Dirk de V. werd door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 jaar. Hij bleef gewelddadig en agressief en iedereen was klaar met hem. De maatschappij, psychologen, psychiaters en het bajes-personeel vonden het wel genoeg zo. Dirk werd niet meer behandeld. Sindsdien zit hij zijn dagen uit op een ‘long-stay’ afdeling en om de twee jaar wordt zijn t.b.s verlengd met nog eens twee jaar. Als hij zich onder begeleiding meldt bij de rechtbank voor de verlenging van zijn zitting, oogt hij als een oude, zielige, vermoeide man. Hij is een wrak geworden in de gevangenis. Er is weinig overgebleven van zijn agressieve, fysieke kracht. Of Dirk ooit weer buiten komt? Waarschijnlijk tussen zes planken……..

Posted on

Laatste aflevering Bajesverhalen op www.bajesverhalen.nl!!

img_1669

Veenhuizen Boeit, Bloeit en blijft Boeien

Tot nu toe konden jullie op de site www.bajesverhalen.nl steeds een nieuw Bajesverhaal van mij verwachten rond de 25e van elke maand.
Die waren alvast vooruitlopend op mijn nieuwe boek: “De Geheimen van BajesDorp” (Veenhuizen 1818-2018).
Het boek (met ca.350 pagina’s en 150 boeiende verhalen) nadert nu zijn voltooiing. Daar ben ik nog wel even druk mee en daarom stop ik nu met de maandelijkse verhalen op de site.
Nog een specifiek ontsnappingsverhaal (“Vlucht in de Mist”) hebben jullie van mij tegoed. Kijk op www. bajesverhalen.nl.
Je kunt me helpen, mijn nieuwe boek zo snel mogelijk uit te brengen door een reactie te geven op de site of via Facebook en te delen.
Alvast dank voor je interesse en tot over een aantal maanden, als “De Geheimen van BajesDorp” in boekvorm uitkomt in de boekhandel en de cover op de site www.bajesverhalen.nl verschijnt.

Vriendelijke groet
Clemens van den Brink

Posted on

Vlucht in de Mist

eurocopter-ec-135_2214519b-jpg

Het was in de jaren ’50, dat op een nacht de zware crimineel T.M. uitgebroken was in Veenhuizen. M. had voor wapenhandel nog een jaar of acht tegoed in de bajes. Na het avondeten was hij niet in de slaapzaal verschenen en de bewaking miste hem, toen ze de 80 gevangenen in hun kooien wilden insluiten voor de nacht.
Daarvan uitgaande kon de vluchteling op dat moment een voorsprong hebben van zo’n anderhalf uur. Dat betekende ook, dat hij nog in een straal van 10 tot 12 kilometer van de gevangenis zou moeten zijn.
Er werd alarm afgegeven en brigadier Luggers, die verantwoordelijk was voor het uitzetten van de wachtposten, stond onmiddellijk paraat al het mogelijke te doen om de deserteur zo snel mogelijk weer in te rekenen. Hij kende als geen ander de vluchtwegen die de gedetineerden in het algemeen kozen, dus riep hij de wachtposten (GeWa’s) op en vertelde ze, waar ze de wacht moesten houden. Zelf ging hij ook mee op zoektocht.

Het was donker en tamelijk mistig die nacht. Toch had een wachtpost in een oogwenk gezien dat er achter de ‘Tien Geboden’ (rij van 10 woningen) iemand het korenveld in vluchtte.
Hij rapporteerde dat en iedereen begaf zich in de richting van het korenveld. Luggers gaf opdracht het geheel te omsingelen, maar er was van M. geen spoor te vinden. Om het hele korenveld daarvoor om te spitten vond hij ook een beetje overdreven en zei tegen een hogere collega uit de grap: „We mogen er wel een heli bij halen, anders vinden we hem nooit hier.”
„Jij zegt het en ik doe het, was zijn antwoord,” en het duurde niet lang of een helikopter daalde met enorm geraas tot vlak boven het korenveld.
Door het lawaai van de heli kwamen er belangstellenden uit de buurt angstig hun bed uit om te kijken wat er aan de hand was.
Maar M. had het korenveld allang achter zich gelaten en vervolgde zijn tocht door het bos en de landerijen in de richting van Assen.
Even moest hij wegduiken om uit het zicht van de helikopter te blijven, maar toen die boven het korenveld bleef hangen, zette hij het op een lopen.
Bij een boerderij aan de overkant van de vaart in de richting van Huis ter Heide zag hij, dat er licht brandde.
Hij zwom het kanaal over en merkte dat er niemand thuis was. De boer was kennelijk nieuwsgierig en samen met zijn vrouw op het geluid van de heli afgekomen.
De achterdeur van de boerderij was niet op slot. Dat was een meevaller voor de deserteur. M. kon ongestoord zijn gang gaan en meenemen wat hij nodig had. Snel zocht hij op een slaapkamer uit een kast wat kleren die hem redelijk pasten, verkleedde zich en verdween door de achterdeur in het nachtelijk duister….

De boer en zijn vrouw kwamen ongeveer een uur daarna terug van hun ‘nachtelijk uitje’. Na nog wat nagepraat te hebben over de ontsnapping van de gevangene, maakten ze aanstalten om naar bed te gaan, want ze moesten de volgende morgen weer vroeg opstaan.
Tot op dat moment hadden ze niets gemerkt van het ongewenste bezoek. Maar toen de boer zijn bed in stapte, merkte hij dat hij in een plas water stond. Dat kwam onder zijn bed vandaan. Totaal verbaasd zag hij, dat daar de oorzaak lag van zijn natte voeten; een pak kletsnatte gevangeniskleren.
De boer dacht even: ”Het zal toch niet die….” en trok de deur van de hangkast open. Daar zag hij tot zijn verbazing dat niet alleen een set ondergoed, maar ook zijn mooie overhemd, zijn zondagse pak, sokken en een paar nieuwe schoenen verdwenen waren. M. had zich keurig als ‘herenboer’ vermomd en was zonder verder sporen achter te laten, totaal in de mist opgegaan….

Posted on

Beste Lezers Bajesverhalen

pasfoto Clemens (1)

Beste lezers van Bajesverhalen

Wat was het een indrukwekkend spektakel in Veenhuizen! Tienduizenden hebben het ‘Pauperparadijs’ gezien. Meer weten?
In 1818 bestaat ‘BajesDorp’ Veenhuizen 200 jaar. Daar heeft zich heel wat afgespeeld in die tijd. Bewakers mochten er niet over praten en gevangenen vertelden nooit de waarheid.
Veel bajesverhalen bleven onder de pet…..
Ik ben daar in 1940 geboren en heb er al veel over geschreven.
Duizenden hebben mijn boek ‘Bajesverhalen Veenhuizen’ besteld, gelezen of gevolgd op www.bajesverhalen.nl.
In 2017 komt ‘De Geheimen van BajesDorp’ (Veenhuizen 1818-2018) uit. Dit wordt een aaneenschakeling van waar gebeurde verhalen en geschiedenis over die 200 jaar.
Een voorproefje vind je elke 25e van de maand op bovenstaande site.
Ditmaal ‘Relschoppers TT in Rode Pannen’. Veel leesplezier!

Clemens

Posted on

Relschoppers TT in ‘Rode Pannen’

Assen TT nacht 1969-4 Ged. Singel gem. politie Emmen in actie  foto G. Hut

Het was in de jaren ’50-‘60 van de vorige eeuw. Eind juni werd toen, net als nu, de TT race gehouden. Dat was ook toen al een groot evenement dat veel toeschouwers trok in Assen en omgeving. Daarbij werd de gevangenis in Veenhuizen geregeld gebruikt om relschoppers tijdens de TT tijdelijk op te sluiten.
Het gebeurde altijd de vrijdagnacht voor de TT-races. Vooral als het warm weer was, werd er veel gedronken en dat liep nogal eens uit op grote rellen en vechtpartijen in de binnenstad van Assen. Dan kwam de ME meestal vanuit Veenhuizen in actie om de orde te herstellen.
Zo liep het op een keer weer eens helemaal uit de hand tijdens een TT nacht.
De ME probeerde om de gevaarlijk oprukkende oproerkraaiers uiteen te drijven, maar dat lukte maar half totdat ze ten einde raad traangas inzette. Dat was het moment waarop ze grip kreeg op de situatie.
De relschoppers werden stuk voor stuk opgepakt, in de boeien geslagen, in een boevenbus gezet en naar Veenhuizen gebracht. Het waren er zoveel, dat ze in de bus aan hun stoel werden vastgebonden, omdat er te weinig handboeien waren.
Aangekomen in het cellencomplex ‘De Rode Pannen’ van Veenhuizen mochten ze daar eerst een nacht uitrazen.
Die nacht waren er zelfs in Veenhuizen te weinig cellen, dus nood brak wet. Daarom werden enkele raddraaiers met twee personen in een eenpersoonscel gezet.
Dat was voor sommigen wel een beetje ongemakkelijk, maar doorgaans hadden ze dat ook dik verdiend.
Achter in het cellencomplex was een luchtkooi. Daar werden ze de volgende dag eenmaal gelucht en daarna hup, met zijn allen de cel weer in.
Op zondagochtend mochten de meesten dan eerst naar huis, nadat ze waren voorgeleid aan de rechter-commissaris.
Die gaf ze een fikse boete en daar hadden de meesten geen rekening mee gehouden. Dat hadden ze liever al feestend uitgegeven aan een of andere kroeg in de stad.
Sommige arrestanten verzetten zich hevig tegen de behandeling.
Door gebrek aan cellen gebruikte de bewaking tijdens de TT nacht ook de grote stalen drie-manskooi, waar drie arrestanten tegelijk in onder konden worden gebracht. Deze was ongeveer drie maal zo groot als de gebruikelijke eenmanskooi, maar erg krap voor drie personen.
Dat pikten sommige arrestanten niet en ze protesteerden hevig. De bewakers werden uitgescholden en er werden verschillende verwensingen naar hun hoofden gesmeten.
Het werd zaterdag, de dag van de TT. Na een ongemakkelijke nacht met drie man in een kooi, zinden de oproerkraaiers op wraak! Maar ze moesten geheel tegen hun zin na het luchten nog de hele dag en een nacht doorbrengen in de Rode Pannen.
Op zondagmorgen zag een bewaker, dat er een flinke drol in een van de stalen driemans-kooien lag en natuurlijk had geen van drieën dat gedaan.
De bewaker bleef stoïcijns en zette een emmer water in de kooi, terwijl hij ze toebeet: “Zo, en nu ruimen jullie dat netjes op, anders blijf je mooi met zijn drieën de hele dag nog in deze kooi zitten. Ik haal jullie er niet uit, voordat die stinkende hoop stront is opgeruimd.”
Nog steeds protesteerden de relschoppers en niemand wilde in eerste instantie die drol opruimen. De een verrekte het voor de ander.
Alle overige relschoppers waren al lang ontslagen en op weg naar huis. Ook de rechter commissaris was al vertrokken.
De drie overgebleven arrestanten konden dus niet meer verhoord worden en zaten nog steeds opgesloten in de driemans-kooi.
Ze uitten de ene verwensing na de andere en dreigden de bewakers aan te klagen door ze te beschuldigen van vrijheidsberoving.
Zo ver kwam het echter niet, want ze zagen ten lange leste wel in, dat ze aan het kortste eind trokken.
De hoop stront werd uiteindelijk opgeruimd en de drie konden vertrekken.
Aan de Hoofdweg bij de bushalte werden de relschoppers gedumpt en ze moesten het verder lopend onderweg naar Assen maar uitzoeken.
Weg was hun weekend. Het was al zondagmiddag, ze waren platzak en de TT ging volledig aan hun neus voorbij……